Tijdelijke aanbieding: krijg 25% korting op alle pakketten vanaf vandaag tot en met 27 September 2020. Gebruik de code: SEPTEMBER20

Woordenboek
Het boekhoudkundige woordenboek van Debitoor
Fifo

Fifo - Wat is fifo?

Fifo is een methode voor de inventarisatie van je onderneming en staat voor 'first-in, first-out'. Het berust op het principe dat voor de boekhouding (en soms fysiek), de oudste producten als eerste verkocht worden.

Weet jij wat voor kosten je onderneming maakt? Zorg dat je je uitgaven overzichtelijk bijhoudt

De fifo-methode is een belangrijk hulpmiddel in het vaststellen van de waarde van het inventaris aan het eind van het boekjaar. De keuze voor een inventarisatiesysteem heeft invloed op de berekening van de kostprijs en dus ook op de winstberekening.

Het oudste product als eerste verkocht

Fifo kan zowel een praktische, als een meer boekhoudkundige interpretatie hebben. Vanuit een meer praktisch oogpunt kunnen er natuurlijk producten zijn waarvan je graag de oudste exemplaren als eerst wilt verkopen. Een supermarkt wil bijvoorbeeld graag in verband met houdbaarheid, de oudste producten eerst verkopen.

Waarom de valuatie van je inventaris van belang is

Naast dit praktische aspect, kan het fifo-systeem ook een puur boekhoudkundig oogmerk hebben. Als je inventaris uit identieke producten bestaat die voor verschillende inkoopprijzen gekocht zijn, heeft de keuze tussen fifo en lifo invloed op de berekening van de kostprijs en winst, en op de waardering van de inventaris. De tegenovergestelde methode is lifo, dat staat voor 'first-in, first-out' en houdt in dat je het nieuwste inventaris als eerst verkoopt. De keuze tussen deze methoden heeft invloed op je winstberekening en de valuatie van je inventaris.

Er zijn twee verschillende situaties waarin de keuze voor fifo verschillende effecten heeft:

De inkoopprijzen stijgen

Gebruik je de fifo methode voor een product waarvan de inkoopprijs stijgt, dan betekent dat dat je altijd de laagste prijzen van je inventaris hanteert. Je kostprijs gaat hierdoor omlaag en dus gaat op papier je winst omhoog, je betaalt dan dus ook meer belasting in het desbetreffende boekjaar.

De inkoopprijzen dalen

Als inkoopprijzen voor een product dalen, heeft het gebruik van fifo het tegenovergestelde effect, je hanteert dan namelijk de duurste prijzen, waardoor je kostprijs hoog uitvalt en je minder winst maakt, je betaalt dan dus ook minder belasting.

Fifo of lifo voorbeeld

Om het verschil tussen zullen we een kort voorbeeld bespreken over bakker Jan die elke ochtend brood bakt in zijn zaak.

Jan heeft vorige week en deze week zijn inventaris ingekocht waar hij een maand mee vooruit kan. Hij heeft vorige week voor 30 Euro 50 KG meel gekocht en deze week heeft hij nog eens 50 KG meel gekocht, dit keer voor slechts 25 Euro. Ook koopt bakker Jan in de eerste week voor 10 Euro 5 rollen bakfolie en in de tweede week koopt hij voor 15 Euro 5 rollen bakfolie.

De berekening met fifo

Als bakker jan in 2 weken tijd 75 KG meel verbruikt, verbruikt hij logischerwijs het oudste meel als eerst en legt hij de boekhouding op dezelfde wijze vast. Hij is sowieso 30 euro kwijt voor de eerste lading meel en (25 / 50 x 25 = ) 12.50 Euro voor het aandeel dat hij van de tweede lading meel verbruikt. Hij heeft in deze periode dus 42.50 aan kosten en zijn inventaris met 42.50 in waarde minderen. Ook verbruikt hij 7 rollen bakfolie, de kosten worden op dezelfde manier berekent, verbruikt voor de volledige 10 Euro aan bakfolie uit de eerste aankoop en (2 / 5 x 15=) 6 Euro uit de tweede aankoop. Bakker Jan maakt dus voor 16 Euro kosten. Omdat bakfolie geen beperkte houdbaarheid heeft maakt het voor Jan niets uit welk bakfolie hij als eerste gebruikt, het gaat in dit geval puur om de boekhoudkundige valuatie.

De berekening met lifo

Lifo werkt precies tegenovergesteld, als Jan in dezelfde twee weken 75 KG meel verbruikt, zal hij natuurlijk het oudste meel als eerste gebruiken. Maar het kan alsnog zo zijn dat Jan lifo voor zijn boekhouding gebruikt. In dat geval begint hij dus met de nieuwste voorraad die hij volledig afschrijft voor 25 Euro en van de eerste voorraad schrijft hij (25 / 50 x 30 = )15 Euro af. Met lifo schrijft Jan dus 40 Euro aan meel af, ondanks dat hij dezelfde hoeveelheid verbruikt heeft. Vergelijkbaar is Jan 15 Euro kwijt aan het verbruik van de nieuwste rollen en (2 / 5 x 10 = )4 Euro van de oudere rollen.